Geslaagd beursevenement FOODtechnologyVISION

‘Inspirerend, enerverend en gezellig’

Op 4 februari organiseerde Imtech Food & Feed in samenwerking met easyFairs® PPT FOOD een zeer geslaagd congres. Inspirerend, enerverend en gezellig, waren kernwoorden na afloop. Maar liefst negen gerenommeerde sprekers uit alle hoeken van het vakgebied lieten hun licht schijnen over de diverse aspecten van de sector. De sprekers waren verdeeld over de thema’s Better, Smarter en Different.

‘Imtech heeft alle technische disciplines onder de knie, zowel de elektrotechnische, de werktuigbouwkundige als de informatietechnologische’, vertelt dagvoorzitter Harrij Schmeitz, die het doel van de dag uitlegt: ‘Deze domeinen willen we samenbrengen voor het marktsegment Food & Feed en daar de innovatieve kracht op loslaten. Vernieuwing komt het vaakst tot stand door bestaande zaken een andere toepassing te geven. Een voorbeeld? Ik durf te beweren dat we binnen niet al te lange tijd het uit de gezondheidszorg afkomstige mri-scanapparaat aan de food-productielijn gaan toevoegen om de textuur van voedsel te controleren. Een fabriek is een keuken, waarin de kok zowel basisgerechten klaarmaakt als speciale wensen vervult.’ Daarmee was de toon van de dag gezet want er werden meer opmerkelijke uitspraken gedaan.

BETTER

Tijdens de parallelle ochtendsessies vertelt Toine Timmermans, business unit manager Fresh, Food & Chains van Wageningen UR, over de processing die duurzamer moet gebeuren. Nieuwe trends vragen om flexibelere en geïntegreerde technologische concepten. Timmermans laat een aantal recente ontwikkelingen op dat vlak de revue passeren. Philippe Mattelaer, wireless autonomous transducer bij Solutions – IMEC Nederland, houdt vervolgens een speech over wat sensortechnologie voor de foodindustrie kan betekenen. Frans Kampers, directeur van bioNT Wageningen, schetst daarna de mogelijkheden van nanotechnologie in de sector.

SMARTER

Walther Ploos van Amstel, schrijver van logistieke bestsellers, voorspelt dat het bedrijf met de beste logistieke keten de grootste kans van overleven heeft. De titel van zijn betoog ‘Sense and respond’ betekent dat de onderneming die erin slaagt het snelst en nauwkeurigst te registreren wat de behoeften van een klant zijn en daarop adequaat reageert, zich een groot voordeel verwerft. Sleutelfactor daarbij is informatietechnologie. ‘Wie innovatief wil zijn, leent van andere sectoren’, zegt Ploos van Amstel. ‘Bijvoorbeeld van de datingsector. Als je aan het daten bent en je krijgt een sms’je van een kandidaat terug, dan piept je mobieltje níet als je partner in de buurt is. Vreemde vergelijking misschien, maar benut de gedachte daarachter. Kun je dat gebruiken?’ Er is ook een blokkade, zegt Walther. Ons denkvermogen. ‘De techniek is ons voorbijgesneld.’

Jacques de Kegel, business development executive van IBM Benelux, betoogt dat tracking and tracing processen aanzienlijk kan verbeteren. ‘Het vertrouwen van de consument wordt voor een groot deel bepaald door de kwaliteit van het product’, zegt hij. ‘Zo lang alles goed gaat, is er niets aan de hand. Komt er bijvoorbeeld melamine in de melk terecht dan is de boot aan. Traceability is een fundamentele voorwaarde omdat het volledige transparantie in de keten kan bieden. Waarbij iedere partij overigens zelf beslist welke van zijn data gedeeld worden.’ Een ander probleem in de keten is het verlies. ‘Tussen een derde en de helft van al het geproduceerde voedsel bereikt onze maag niet! Intelligente labels aan fruit kunnen daarbij helpen. Zij kunnen ons zeggen welke peer we het eerst moeten consumeren en welke daarna, zodat de kans op verrotten ervan door te laat consumeren kleiner wordt. Zo’n labelsysteem wordt pas een intelligent systeem als het “interconnected” is met andere apparaten, als ze met elkaar gaan communiceren en een zelfdenkend netwerk vormen. Een goede business is hoofdzaak. Technologie is er een onderdeel van. Een ander belangrijk onderdeel is onze mentaliteit’, vindt De Kegel. ‘Het is eigenlijk te gek voor woorden dat een gemiddelde wortel in de USA 160 kilometer aflegt van kweker tot supermarkt. Dergelijke verschijnselen komen ook bij ons voor omdat we bijvoorbeeld ook ’s winters aardbeien willen consumeren.’

Ronald Scherpenisse, business consultant bij Microsoft, spreekt over het “nieuwe werken”. ‘Onze werkplek is steeds vaker tijd- en plaatsonafhankelijk’, vindt hij. ‘Neem ons eigen nieuwe kantoor op Schiphol. Eigenlijk is dat slechts nog een ontmoetingsruimte met boven een aantal flexwerkplekken. Maar ook bij de bouw van fabrieken kun je je ook afvragen of alle onderdelen op dezelfde locatie moeten staan. Kantoren? Kunnen op afstand staan. De front office? Kun je thuis inrichten. De control room? Ook niet nodig op dezelfde plek. Je kunt voor een groot deel vertrouwen op je sensoren. Daarom zal de rol van software belangrijker worden en zullen leiderschapsstijlen en besturingsmodellen veranderen.’ Echter, tegelijkertijd blijft het “voelen” belangrijk, vindt Scherpenisse. ‘Er is een minimum aan sociaal fysiek contact nodig om een team te vormen en de processen juist te sturen.’

DIFFERENT

Rob Cremers is technotrendwatcher. Zijn presentatie zit vol met flitsende clips, geluidseffecten en oneliners als: “het netwerk doet afstanden verdwijnen en grenzen vervagen”, “alles wordt draadloos en draagbaar” en “de wereld is out of control”. Technologie is zowel een zegen als een zorg, vindt Cremers. ‘Kan de koelkast zelf bestellen wat er nodig is? Ja, natuurlijk. Kunnen we gekloonde dieren toelaten in de voedselketen? Ja. Er is geen rem op technologie. De vraag is of we dat allemaal willen. Een belangrijke vraag want technologie is bepalend voor onze toekomst. Zeker nu er na 2010 een vreselijk tekort aan olie ontstaat en de kredietcrisis ervoor zorgt dat we minder “groen” worden. Want op milieu-items wordt het eerst bezuinigd. Als je een bedrijf wilt beginnen, moet je je volgens Cremers drie dingen afvragen: Is er in de toekomst nog vraag naar? Kunnen we het werk door de computer laten doen? Kan iemand in Azië het goedkoper doen? ‘Of ik pessimistisch ben? Van de Aziatische landen krijgen we een ontzettende concurrentieklap. Slechts zeventien procent van de Europeanen denkt dat onze kinderen het beter krijgen dan wij. Ik denk dat die minderheid gelijk heeft. Er is slechts één uitweg: innoveren, innoveren, innoveren. En specialiseren. We moeten onze kennis omzetten in slimme producten en de juiste dingen doen met techniek. En innoveren op basis van intuïtie. Niet wachten op proven technology, want dan ben je te laat.’

Herman Bessels, architect van een groot aantal foodfabrieken, ziet het probleem van information overload bijna dagelijks. ‘We krijgen zoveel informatie naar ons hoofd geslingerd dat we hoofd- en bijzaken niet meer goed kunnen scheiden. Je moet keuzes maken. Ben je ergens goed in? Zorg dan dat je dat perfectioneert. Alles waar je niet goed in bent, maak daar je collega’s gelukkig mee.’ Out of the box denken is de titel van zijn presentatie. ‘De kunst van het out of the box denken is om je voortdurend af te vragen wat je aan het doen bent. Een voorbeeld. We willen met de boot naar Engeland. Maar waarom? Waarom niet naar Schiermonnikoog? Is een boot wel het beste vervoermiddel? Daarbij is het noodzakelijk de grote lijn in de gaten te houden. We denken in decimalen maar vergeten de tientallen. Je moet vóelen hoe groot iets is. Daarom: vergeet de zakjapanner, gebruik een bierviltje. Teken het uit, maak ruwe schetsen. En houd bij de bouw van een nieuwe fabriek rekening met de razendsnelle ontwikkelingen. Regelmatig besluit men een fabriek te bouwen, waarbij twee jaar later bij de opening blijkt dat de markt compleet is veranderd: de productie wordt naar Vietnam verplaatst. Een gebouw wordt daarom steeds meer een soort multifunctionele containerkist. En de ondernemer een topkok. Met twee pannetjes met wat gisteren is bedacht en twee pannetjes waarin hij de wensen van de dag kan bereiden.’

Theo Maessen is onder andere energiespecialist bij Cythemadium. Energie is nog niet zo lang een thema in de foodsector. ‘Maar nu de druk van overheid en maatschappij om zorgvuldig met de grondstof om te gaan en de prijzen de pan uit rijzen wel degelijk’, zegt Maessen. ‘De energieprijs van een grootgebruiker is de afgelopen vijf jaar gestegen met 23 procent. De elektriciteitsrekening nam rond de 17 procent toe in die periode. De prognose is dat de energieprijs de komende tien jaar – schrik niet – vertienvoudigt. Energie besparen is dus essentieel.’ Maessen geeft tips: “Zet alles uit wat je niet nodig hebt. In een gemiddeld bedrijf is een vijfde van de energierekening terug te voeren op sluimerverbruik. Apparaten die stand-by staan, pompen die je aan laat staan. Zorg verder dat je het energieplan al tijdens de ontwerpfase van een fabriek presenteert. Dan is de helft of zelfs tweederde van de kosten te besparen. Moet je achteraf nog pleisters gaan plakken, bespaar je hooguit nog maar vijftien procent. En last but not least: gebruik duurzame energie.’